In het artikel in het vorige weblog ging het over het financieel plannen van het komende jaar. Een van de meest lastige onderwerpen ligt dan al snel voor de hand: wat voor prijs ga je eigenlijk vragen voor je diensten? Kijk je naar je collega’s wat die vragen? Doe je ‘wat goed voelt’? Heel lastig…
Het is goed om bij deze vraag je eigen concrete realiteit eens goed te onderzoeken. Mijn suggestie in het vorige artikel was om eens na te gaan wat het meest basale bedrag is dat je echt nodig hebt om van te leven. Een mooie rekenhulp om hierbij te gebruiken is die van het NIBUD.

Met deze rekenhulp kun je een aantal basale feiten invullen. Je gezinssamenstelling bijvoorbeeld, het soort woning waar je in woont, je maandelijkse huur- of hypotheekbedrag, en de (eventuele) auto die je rijdt. Vervolgens kun je invullen hoeveel je verdient met eventuele andere inkomsten, bijvoorbeeld met een baan. Heb je geen andere inkomsten, vul dan ‘0’ in bij inkomen.
Het rekenprogramma rekent vervolgens uit hoeveel je per maand tekort komt. Dit is het bedrag dat je praktijk je minimaal op moet leveren per maand, wil je er van kunnen leven. Vermenigvuldig dit bedrag vervolgens met 12, om op een jaarbedrag uit te komen.
Verder suggereerde ik in het vorige artikel om ook eens uit te rekenen hoeveel je zou willen verdienen, als je echt zou floreren. En dus ook geld zou reserveren voor opleiding, ondersteuning, coaching, pensioen, spaargeld, ondersteunen van sympathieke initiatieven, enzovoorts.
Je hebt nu dus twee bedragen: een basisbedrag (bij wijze van spreken: boterhammen met pindakaas) en een ‘bloeiend’ bedrag.
De volgende stap is om eens uit te gaan rekenen hoeveel uren je per jaar wilt of kunt werken. Maak een reële schatting van het aantal uren dat je per week kunt of wilt werken. En vermenigvuldig dat met het aantal weken per jaar dat je kunt of wilt werken. Houdt rekening met vakanties, eventuele schoolvakanties van kinderen, ziekte van jezelf of in je gezin, en met eventuele extra vrije dagen die je wilt nemen. Het getal waar je nu op uitkomt is het aantal uren dat je per jaar kunt of wilt werken.
Je hebt nu twee bedragen uitgerekend. Als je deze bedragen (het ‘basisbedrag’, en het ‘bloeiende bedrag’) nu deelt op het aantal werk-uren dat je per jaar beschikbaar hebt, kom je uit op twee maal een uurbedrag.
Dit is het (‘basis-‘, dan wel ‘bloeiende’) bedrag dat je per uur wilt gaan verdienen. Als je lager gaat zitten dan het basisbedrag, weet je dat je eigenlijk geld moet toeleggen om je praktijk draaiende te houden. Dat is absoluut niet verantwoord. Het ‘bloeiende’ bedrag geeft je een idee hoe hoog je uurbedrag zou moeten zijn als je serieus geld uit zou trekken voor opleiding, coaching, ondersteuning, pensioen, spaargeld, goede doelen, enzovoorts. Deze twee bedragen geven je enig houvast, als je je uurprijs gaat vaststellen.
Het is belangrijk om je te realiseren, dat dit bedrag niet het uurbedrag is dat je aan je klant gaat rekenen. Het uur dat je met je cliënt spendeert, is feitelijk een soort ‘topje van de ijsberg’. Je hebt ook voorbereidingstijd nodig, tijd om te administreren, tijd die je stopt in marketing (of: zou moeten stoppen ;-)), tijd die gaat zitten in je eigen voortdurende verdere vorming en opleiding. Kortom: er zitten heel wat ‘onzichtbare’ uren overhead in een praktijk. Zonder die uren zou je er niet op een goede manier kunnen zijn voor je cliënt, en het is dus meer dan reëel om ze mee te rekenen in je uurprijs.
Wil je reageren? Dat vind ik erg leuk, en het kan hieronder!
In de zesde week van de training ‘De basis van een bloeiende praktijk’ gaan we uitgebreid in op het stellen van je prijs, en wat daar allemaal bij komt kijken.
Verantwoording foto: www.flickr.com, fotograaf: tonyhall (calculator), onder een Creative Common License








0 Comments